Jaarrede 2018: Evenementenhulpverlening

Dames en heren,

U weet dat ik er naar streef om mijn jaarrede beknopt te houden met daarin een boodschap verpakt. Een beknopte terugblik op onze verenigingshistorie, een schets waar we nu staan maar vooral een blik op de toekomst. Ik weet voorspellen is lastig zeker als het om de toekomst gaat. Maar toch.

Terugkijkend op 125 jaar geschiedenis ben ik van mening dat het bijbrengen van medische kennis aan de gewone burger een emancipatiekarakter heeft. Dat paste eind 19e eeuw in een meer algemeen maatschappelijke tendens om ook de gewone burger naast de bovenlaag te scholen. Denkt u ook aan het overbekende schooltype van de HBS. Helaas verloren gegaan met een prima brede opleiding. Kom daar nog eens om. Ik merk nog op de eerste 15 jaar EHBO toepassen hartstikke illegaal. Dat was werk louter voorbehouden aan artsen. Eerst in 1908 werd de wet gewijzigd, daarom kon Het Oranje Kruis (Prins Hendrik!)  ook pas daarna worden opgericht

In de jaren sinds de start van onze vereniging komen bepaalde thema’s steeds naar voren. Eenheid in opleiden, de relatie met Het Nederlandse Rode Kruis en ook Het Oranje Kruis, het samen vormgeven aan onze vereniging. Het zijn onderwerpen die in elk decennium wel ter sprake kwamen en die daarom terug te vinden zijn in De Voorpost van de dokter uit die tijd.

Die collectie Voorposten en andere KNV-magazines zijn nu, door de inspanning van twee vrijwilligers, online in te zien. Ze geven een tijdsbeeld, vertellen het verhaal van de EHBO-ers voor ons. Maar bovenal geven ze ons inspiratie om door te gaan en verder te bouwen op de fundamenten van onze voorgangers.

Recent ben ik namens onze vereniging betrokken bij het opstellen van de Veldnorm Evenementenzorg. Als voorzitter van de oudste en grootste EHBO-vereniging kon ik putten uit tientallen jaren ervaring uit het veld, kennis en kunde van de mensen in afdelingen en districten en zo de stem van de EHBO-er laten horen. Dat wij als vereniging kunnen terugzien op een lange geschiedenis van eerste hulp verlenen bij historische, spraakmakende, kleine en grote evenementen maakt een avondje digitaal bladeren snel duidelijk.

Zo schrijft dr. Molhuysen over de hulpverlening bij het huwelijk van Koningin Juliana en Prins Bernhard:

“Laten we ons verheugen over het buitengewoon goede verloop en de uiterst prettige samenwerking en waardeering. We kunnen op de Haagsche E.H.B.O.’ers vertrouwen. Zoo denken de doctoren er blijkbaar ook over, ten minste in een enkelen post ging de dokter op stap en werd niet meer in den post teruggezien en het ging er best.” (Voorpost 97, maart 1937)

In 1949 schrijft de heer Van Roon (toentertijd directeur van NV EHBO) voor het eerst over de TT en EHBO Assen, een afdeling die juist vandaag haar 80-jarig bestaan viert:

“Reeds vanaf Woensdag waren 20 E.H.B.O.-ers uit Assen in touw om langs het circuit dienst te doen, terwijl dit aantal Vrijdags nog werd aangevuld met 5 E.H.B.O.-ers uit Nieuw-Buinen en een Rode Kruis helper. Op deze dagen berust de leiding van deze hulpverlening bij mevrouw Venema en een militaire arts, die daartoe op de hoofdpost aanwezig waren en een ziekenauto van het hospitaal ter beschikking hadden.”

Over de Elfstedentocht van 1963 kan natuurlijk niet worden gezwegen. A. de Boer doet verslag:

“Wij werkten onder toezicht van de doktoren Wïemer, Hoogslag en Helderman en beschikten over pl.ro. 60 gediplomeerde E.H.B.0.-ers. … In Woudsend hadden vrijdagmiddag om 13 uur enkele EHBO-ers ongeveer 78 rijders behandeld. …

Sommige rijders waren in de mening dat het de gehele dag mistig was ondanks hef feit dat er soms af en toe de zon scheen; doch zij hadden echter bevroren ogen. Leeuwarden behandelde in de post Groene Weide een 70 tal patiënten met bevriezing aan ogen en voeten, waaronder een ernstig.”

U ziet, wij hebben een rijke geschiedenis aan evenementenhulpverlening. En toch vraagt elk evenement een eigen aanpak. Is er steeds weer die vraag welke risico’s het evenement in zich houdt? Welk type ongevallen te verwachten zijn? En hoe wij ons als EHBO-ers daar het beste op voor kunnen bereiden? Bij mening evenement weten wij ondertussen uit ervaring wat te verwachten. Soms kennen wij (mensen uit) het publiek al jaren. Het zijn de vaste hulpverleners die aan de vaste gasten van het evenement hulp verlenen. Die met de organisator gastheer/-vrouw zijn. Waar de nadruk vroeger lag op het opleiden en competent houden van EHBO’ers ligt de nadruk nu meer op de hulpverlening.

 

Die vraag om gestructureerde hulpverlening tijdens evenementen vraagt dat wij, gebruikmakend van de kennis en kunde die een oude rot in het vak – en zo mag de KNV EHBO zich toch wel noemen –  in zich heeft, inhoud blijven geven aan de drie fundamenten van ons bestaan.

Wij verlenen, in vereniging, eerste hulp, met verstand van zaken.

Laat ik deze drie kenmerken: in vereniging, eerste hulp en deskundig met u langslopen door middel van de ‘taglines’ die wij daar voor gebruiken.

#knvehbohelpt

In juni 1893 werden Amsterdammers erop gewezen dat:

“door de ondergeteekenden eene Vereeniging in het leven geroepen, die onder den naam EERSTE HULP BIJ ONGELUKKEN zich voorstelt om door praktische cursussen, verspreiding van handleidingen, aanwijzing en beschikbaarstelling van hulpmiddelen en wat verder dienstig zal blijken te zijn, de noodige kennis der eenvoudigste en doeltreffendste eerste hulp te verspreiden.”

Ons doel, vanaf nog voor dag één, is en blijft:

“ook bij niet-artsen zooveel mogelijk eenige kennis te verspreiden, omtrent hetgeen zij bij het niet aanwezig zijn van een arts, wanneer een ongeluk gebeurt of iemand plotseling ziek wordt, als voorloopige hulp kunnen aanwenden, omtrent hetgeen in die gevallen te doen en, wat dikwerf nog belangrijker is, wat in die gevallen moet nagelaten worden en dus te zorgen, dat ook „op het slagveld van het dagelijksch leven” bij de ongelukken in vredestijd, de vereischte hulp kon geboden worden.”

In een veranderende samenleving waarbij de directe woon- en werkomgeving veiliger is geworden, is onze hulp meer nodig bij vrijetijdsbesteding. Gevallen wielrenners, getackelde voetballers, de jongere waarbij drank of drugs een niet gewenste uitwerking heeft of toch, als ie er ooit weer komt, de bevroren Elfstedentocht rijder. Wij staan klaar, als passant of evenementenhulpverlener, de samenleving kan op ons rekenen.

#samenehbo

Die vraag om meer hulpverlening heeft bijvoorbeeld binnen het district Noord-Brabant en Limburg geleid tot een poule van eerste hulpverleners welke andere afdelingen bij staan tijdens grotere inzetten. In Hulpverleners Magazine nummer 2 van dit jaar hebt u het verslag over de samenwerking tijdens Carnaval kunnen lezen. Op het Facebookaccount van het district Noord-Holland zien wij diverse afdelingen elkaar helpen en versterken en ook in het Drentse is zichtbaar hoe de afdelingen elkaar met kennis en kunde bijstaan. Anders dan onze voorgangers kunnen wij snel leren van elkaar, nu social media het delen van deze ervaringen makkelijker maakt.

Een recent voorbeeld dat ik zelf heb meegemaakt is de viering van Koningsdag in de stad Groningen. De afdeling aldaar zag zich op korte termijn geplaatst voor de uitdagende taak om de EHBO voor de hele dag te leveren. Om op zo’n korte termijn en op een dag dat in heel Nederland Koningsdag wordt gevierd, is het niet eenvoudig om voldoende mensen te vinden. Dankzij een snelle oproep via Facebook heeft het (landelijk) bestuur het signaal opgepakt en is het gelukt de bezetting te regelen. Uit alle hoeken van de KNV is die hulp aangeboden. Het Oranje Kruis heeft het signaal ook opgevangen, meegedacht en zag daarin net als het landelijk bestuur een prima gelegenheid om de EHBO onder de aandacht te brengen. Mooie windjacks voorzien van beide logo’s waren beschikbaar gesteld door Het Oranje Kruis. Uniformiteit en een goede hekenbaarheid voor het publiek. Het is een geslaagde dag zonder grote ongelukken geworden. De afdeling Groningen heeft zichzelf en de KNV EHBO op een uitstekende wijze laten zien. Een schoolvoorbeeld van #samenehbo.

#knvehboleerthelpen

Welke competenties nodig zijn op een evenement is afhankelijk van de te verwachten zorgvragen. Dat vraagt om het continu scholen van hulpverleners. Ook dat zijn we gewend. Hulp verlenen in oorlogssituaties, aan drenkelingen, het leren reanimeren en meer recent het gebruiken van een AED. Onze leden leerden het door de jaren heen.

In eerste instantie van artsen. Maar later konden meer mensen kaderinstructeur worden. Halverwege de jaren ’50 werden de eerste cursus gegeven aan niet-medici om docent EHBO te worden. Vandaag de dag is de instructeur Eerste Hulp degene die ons schoolt en bijschoolt op het brede terrein van de algemene EHBO. Vanaf 1963 bijgestaan door een LOTUS-slachtoffer. Doordat zij op realistische wijze verwondingen en ziektebeelden uitbeelden leren onze hulpverleners te helpen. De hulpverlener heeft niets aan alleen kennis uit een boekje, e-learning mist nog steeds de interactie met het LOTUS-slachtoffer en de directe feedback van een instructeur. Het is, naast het feit dat wij een vereniging zijn en het dus ook om het samen doen draait, de reden waarom onze afdelingen nog steeds echte lessen geven.

 

Het is vanuit die historische achtergrond en onze visie op de toekomst dat de KNV dan ook actief heeft deelgenomen aan de bijeenkomsten over de Veldnorm Evenementenzorg. Niet deelnemen en onze inbreng geven zou een gemiste kans zijn. Dan ontstaat de situatie welke zich het best laat kenschetsen als “voor u, over u en zonder u”. Daar is de EHBO niet bij gebaat en de samenleving evenmin. Het is in mijn ogen volstrekt duidelijk dat de inzet van een goed opgeleide EHBO-er nu en in de toekomst het mogelijk maakt dat vele kleinere en grotere evenementen kunnen worden gehouden. Dat gezegd hebbend, welke stappen zet de KNV EHBO en welke stappen liggen in het nabije verschiet.

EHBDD

En daarmee kom ik weer terug bij evenementenhulpverlening. Afgelopen donderdag hebben wij een samenwerkingsovereenkomst getekend met EHBDD. Hierdoor kunnen al onze leden, om te beginnen met degenen die actief zijn bij grotere evenementen, een betaalbare en gedegen opleiding volgen op het vlak van het gebruik van drank en drugs. Onze leden worden meegenomen in de dynamische wereld van “Drank en Drugs” en krijgen de kennis hoe als hulpverlener daarop te reageren. Dat doen wij (natuurlijk zou ik haast zeggen) met behulp van een LOTUS-slachtoffer. Wij oordelen niet, maar zetten ons in om zo goed mogelijk hulp te verlenen.

Als Koninklijke EHBO hebben wij daarnaast de afgelopen maanden een aantal opleidingen (mee) ontwikkeld zodat de afdelingen volgend jaar zomer klaar kunnen zijn voor de implementatie van de Veldnorm EvenementenZorg. Met hulp van zeer ervaren afdelingen en instructeurs bieden wij vanaf komend najaar een eigen opleiding voor hulpverlenerscoördinatoren en een eigen verdieping voor evenementenhulpverleners. Daarmee spelen wij in op de ontwikkelingen. Die ziet onze vereniging niet als een bedreiging maar als een uitdaging die wij graag aangaan. Met deze nieuwe opleidingen geven wij inhoud aan de wens van onze oprichter om het eerste hulp onderwijs praktisch vorm te geven.

 

Dames en heren,

Uit dit alles komt naar voren dat we als vereniging niet stil zijn blijven staan bij een glorieus verleden en als het ware bevroren zijn in de tijd. De K van Koninklijk staat ook voor Kwaliteit. Een kwaliteit die wij kunnen en willen leveren in het opleiden en het geven van herhalingslessen. Dat kunnen we niet alleen. Dat kan slechts als onderdeel van een drie-eenheid met de instructeurs en LOTUS-slachtoffers. Zij zijn belangrijke medespelers om een toekomstgerichte kwaliteitsslag voor de eerstelijnshulpverlening mogelijk te maken. Zo geven wij ook nu inhoud aan onze historische missie om als EHBO-er een medemens, op straat of als bezoeker dan wel deelnemer aan een evenement, die door een ongeval is getroffen hulp te verlenen.

 

Ik dank u voor uw aandacht!

Jaarrede 2017: EHBO lesmaterialen

Dames en heren,

Laten we een fors aantal jaren terug gaan in de tijd. Ik neem u mee naar Amsterdam in juni 1893. Onder vrienden en bekenden verspreiden dr. C.B. Tilanus jr. en geestverwanten een pamflet dat het opleiden van lekenhulpverleners promoot. Voortbordurend op de kennis van John Furley van St. Johns Ambulance Association in Engeland en het werk van Prof. Von Esmarch uit Duitsland willen zij een poging doen om iets te doen aan de verspreiding “der kennis van de eerste hulp bij ongelukken, een vasten vorm heeft dat streven tot nog niet gekregen.”  In 1890 is er een vertaling van Von Esmarchs werk in het Nederlands verschenen.

Doel van onze vereniging was en is “door praktische cursussen, verspreiding van handleidingen, aanwijzing en beschikbaarstelling van hulpmiddelen en wat verder dienstig zal blijken te zijn, de noodige kennis der eenvoudigste en doeltreffendste eerste hulp te verspreiden.”

Diverse artsen waren bereid de lessen te verzorgen, de bijdrage van de leden zou worden gebruikt om de leerlingen van leermiddelen te voorzien. Dr. Tilanus jr. gaf de eerste les eerste hulp zelf op 21 november 1893. Het waren illustraties uit het boek van dr. Von Esmarch, in combinatie met de inhoud van een verbandkist, die deze les verduidelijkten.

Puttend uit de rijke verzameling van dé EHBO-verzamelaar, de heer Albert Stevens, weten wij dat in 1903 door de afdeling Amsterdam een boekje  werd uitgegeven onder auspiciën van  het ministerie van Onderwijs. De titel “Eerste hulp bij ongelukken, een leidraad ten dienste der rijkskweekscholen voor onderwijzers en onderwijzeressen en tot zelf onderricht”.  U hoort het goed. Toen waren we verder dan nu als het gaat om EHBO-kennis en vaardigheid bij leraren en leraressen! Het is het eerste oorspronkelijk Nederlandstalige boek over EHBO voor leken. Bijzonder, want op dat moment was hulpverlening door omstanders nog helemaal niet breed geaccepteerd.

Het Rode Kruis, zich nu opwerpend als allround hulpverlener, is opgericht specifiek voor “verleenen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog”.

Hoewel dr. Tilanus jr. en de zijnen in 1893 schrijven: “De schoone vruchten die de verbetering der ziekenverpleging reeds afwierp en de krachtige steun, die in den oorlog van de zijde der vereeniging het Roode Kruis verleend werd, zijn zoovele bewijzen, dat men in deze niet stil heeft gezeten en niet enkel diep doordrongen is van het besef der verplichting den zieke zooveel mogelijk te helpen; maar tevens daarvan, dat men zorgen moet in alle deelen voor die hulp berekend te zijn.” is er in eerste instantie veel weerstand tegen hulpverlening door leken aan leken.

Pas met de dissertatie van dr. Cornelis Johannes Mijnlieff getiteld “Eerste Hulp bij Ongelukken en de noodzakelijkheid tot deze organisatie” in 1905 waarin hij nut en noodzaak van lekenhulpverlening aantoonde leek er een omslag te komen.

Dr. Van Eden schreef in 1897 al opleidingsmateriaal van leken en was een pleitbezorger voor het schrijven van oorspronkelijk Nederlandstalig werk. Zowel over Eerste Hulp als verbandleer schreef hij zelf als een van de eerste boeken. In 1910 verscheen “Leidraad bij het verleenen van Hulp bij Ongelukken door leeken.” Zover ik na heb kunnen gaan het eerste oorspronkelijk Nederlandse lesboek EHBO. Uitgegeven door de “Vereenigingen „Eerste Hulp bij Ongelukken” te AMSTERDAM en ROTTERDAM, ten dienste van hen die den Cursus der Vereenigingen hebben gevolgd”.

Zoals wij allen weten verscheen de eerste druk van Het Oranje-Kruis boekje twee jaar later, in december 1912. De eerdergenoemde dr. Mijnlieff en dr. Tilanus zaten, haast vanzelfsprekend, in de commissie die deze eerste ”handleiding tot het verleenen van eerste hulp bij ongelukken” vorm gaven.

Net als nu profileerde in de begintijd afzonderlijke bonden en verenigingen zich met eigen lesmateriaal. De afdeling Rotterdam bijvoorbeeld gaf, toen zij nog als eigen bond fungeerde, boekwerken uit. Een zoekopdracht op antieke EHBO boekwerken levert diverse, nog goed verkrijgbare, voorbeelden op. Zowel W. Zwagers[1] als P.J. Coppens[2] schrijven over het goed aanleggen van een zwachtel. Hun toepassingen voor zwachtels en driekante-doeken lijken eindeloos. Elk lichaamsdeel, hoe intiem ook, blijkt in te zwachtelen te zijn. De “Vragen en antwoorden” van J. Snijders de Vogel hebben ongetwijfeld bij menig cursist de hersenen laten kraken halverwege de voorgaande eeuw. Een rol die het werkboekje van Het Oranje Kruis daarna heeft overgenomen. Als bijzonderheid noem ik nog met name het boekje “Eerste hulp bij luchtaanvallen”, dat zouden wij nu in herdruk kunnen nemen onder de noemer “omgaan met aanslagen”.

Steeds weer, door de jaren heen, zijn vormen gezocht om de vaardigheden van het eerste hulp verlenen zo laagdrempelig mogelijk over te brengen. Ik noem aan aantal aansprekende voorbeelden. Dr. J.F.J. Baesjou, in 1964 ontvanger van Gouden Tilanus medaille, bewerkte in 1955 een uitgave van het Britse Rode Kruis: “EHBO in beeld”. Uit een recensie van die tijd: “naar de vorm een prentenboek waarbij de techniek van de (verwerpelijke) beeldroman op nuttige wijze is toegepast”.

Veel later (eind 20e eeuw) maakte de heer Doppenberg  naam en faam met zijn boeken over specifiek verbandleer. De heer T.A. Hooftman, de eerste ontvanger van een Gouden Tilanus medaille, schreef het standaardwerk “Gids naar een goed rapportboekje E.H.B.O. praktijk 1950” en was jarenlang redacteur van ons toenmalige verenigingsblad “Voorpost van de Dokter”.

Wie niet alleen vakinhoudelijk over EHBO publiceerde, maar ook over de organisatie van de vereniging, bijvoorbeeld over wedstrijden, schreef is Dr. J. A. Molhuysen. De nestor van de Nederlandse EHBO noemt de ANWB hem bij het verschijnen van het Prisma EHBO-boek van zijn hand. Wie lesmateriaal en inspiratie voor te ensceneren ongevallen zoekt kan nog altijd putten uit zijn “E.H.B.O. OEFENGEVALLEN”. Bij onze wedstrijden en vergaderingen was hij tot op hoge leeftijd een markant bezoeker. Hiermee stop ik mijn voorbeelden.

Dames en heren,

Toen wij als KNV EHBO in 2009 kwamen met een eigen lesboek: “Hèt EHBO boek” was dat niet meer dan een voortzetting van de traditie. De dames Van den Hurk, Bruin en Van Mierlo traden in de voetsporen van illustere voorgangers. En dat op meer dan één manier dan zij zich toen, en misschien ook nog wel nu, beseften. Met “Hèt EHBO boek” gaf voor het eerst een landelijke vereniging weer een eigen boek uit. En net als in de beginjaren van de vereniging werden we snel gevolgd door anderen. Ook passend in de traditie was het verschijnen van een aantal, laat ik ze in televisie-taal beschrijven, spin-offs.

  • “EHBO voor ouderen” verscheen voor dat de uitdrukking “mantelzorgen” een werkwoord werd, aan de start van de trend dat ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Het boek is, op een enkel detail na, nog steeds goed te gebruiken bij vervolglessen. (En is nog te koop bij de Stichting Dienstverlening EHBO).
  • “EHBO Drank en Drugs” sloot aan bij de veranderende feesten en partijen. Een boek dat enerzijds per definitie reeds op de dag van verschijnen verouderd was, omdat de wereld van party-drugs (synthetische drugs) sneller beweegt dan u en ik. Aan de andere kant blijft de hulpverlening ongeacht de gebruikte drug grotendeels gelijk. De auteurs waren en zijn autoriteit op het verlenen van eerste hulp bij drank en/of drugs gerelateerde ongevallen.
  • Dat bij het behalen van een rijbewijs eigenlijk ook een basiskennis “EHBO in het verkeer” hoort, zullen u en ik met elkaar eens zijn. Een gemiste kans dat EHBO-kennis verwerven en actueel houden geen verplicht onderdeel is van een geldig rijbewijs (vergelijk Duitsland) is. Dat wij als KNV een tweetal boeken over dat onderwerp het licht lieten zien, past in onze “leren helpen” filosofie.

Dames en heren,

Ik kom tot een afronding en tevens tot de apotheose.

In 2010 verscheen “Hèt EHBO Jeugdboek” als uitgave van de Koninklijke Nederlandse Vereniging EHBO. Sindsdien maken veel basisscholen gebruik van dit boek om in groep 7 of 8 jeugd-EHBO te geven. De wijzingen van de Eerste Hulprichtlijnen in 2016 vroegen erom het materiaal aan te passen en te verbeteren.

Instructeurs Eerste Hulp hebben met behulp van ervaren leerkrachten basisonderwijs en een orthopedagoge nieuw lesmateriaal opgezet. De afgelopen periode is in een viertal klassen de vernieuwde methode en het lesmateriaal getest. Zowel leerkrachten als leerlingen hebben aangegeven wat voor hen werkt en wat niet. De verbeterpunten hebben geleid tot aanpassingen en verbeteringen.

De KNV EHBO heeft de exclusieve verkooprechten gekregen voor dit boek en de bijhorende materialen. Een viertal “EHBO-helden” geeft aansluiting bij de belevingswereld van de kinderen in groep 7 en 8. Daarnaast worden er differentiatiemogelijkheden aangeboden. Deze methode is gemaakt door mensen uit de praktijk, met liefde voor het kind, passie voor EHBO én met kennis en begrip voor de dagelijkse praktijk van de leerkracht.

Graag nodig ik u uit om buiten deze zaal zelf kennis te maken met één van de EHBO-helden en haar meester Ruud. Het zijn meester Ruud en zijn leerlingen die ons de komende jaren zullen helpen veel leerlingen uit groepen 7 en 8 EHBO-vaardigheden aan te leren en zichzelf en anderen te helpen. Voor ieder van u ligt ook een kleine attentie klaar, zodat u uw eigen afdeling kunt informeren over deze nieuwe jeugd-EHBO-ers.

Dank voor uw aandacht.

 

[1] Voorbeelden van zwachtelverbanden ten dienste van E.H.B.O, 19xx

[2] Doek-, zwachtel- en spalkverbanden, 1942

Jaarrede 2016: EHBO op niveau

Dames en heren,

Bij het doorlopen van ons archief vond het bestuur een aantal brieven die dr. C.B. Tilanus jr. in het half jaar voor zijn overlijden aan onze vereniging gezonden heeft. Uit deze brieven blijkt niet alleen zijn zorg voor de vereniging, maar vooral ook zijn trots op de realisatie van zijn levenswerk: de hulpverlening door leken. Dat wij aan trouwe en actieve leden en bij onze wedstrijden medailles met zijn beeltenis uitreiken is te danken aan een opmerking die hij in zijn laatste brief, een week voor zijn overlijden, schreef.

Continue reading “Jaarrede 2016: EHBO op niveau”

Jaarrede 2015: EHBO in de participatiesamenleving

Dames en heren,

De eerste troonrede van Koning Willem-Alexander, de troonrede van 2013, heeft heel wat losgemaakt in de samenleving. In die troonrede werd door de regering gesteld dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving want, zo beschreef het kabinet, “Wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, voegen zij niet alleen waarde toe aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel”. Continue reading “Jaarrede 2015: EHBO in de participatiesamenleving”

Jaarrede 2014: De vrijwilliger

Dames en heren,

Aan het eind van de negentiende eeuw is de basis gelegd voor het moderne verenigingswezen. Het was ook de periode waarin voor het eerst het verlenen van eerste hulp door leken werd gepropageerd. In Engeland begon men met het organiseren van EHBO-cursussen. De “St. Johns Ambulance Association” organiseerde de eerste EHBO-cursussen en gaat daar tot op de dag van vandaag mee door. De Amsterdamse arts C. B. Tilanus jr. haalde het idee naar ons land om de EHBO-kennis te verspreiden. Zo werd in 1893 de Nederlandse Vereniging EHBO opgericht met als doel het bevorderen van EHBO in de breedste zin van het woord.

Continue reading “Jaarrede 2014: De vrijwilliger”

Jaarrede 2013: Een toekomstbestendige KNV EHBO

Het land ligt in de handen van de volgende generatie. Het lijkt opeens het thema van 2013 te zijn geworden: generaties die hun taken en verantwoordelijkheden aan elkaar overdragen, met elkaar het land vormgeven voor de toekomst. Aan de vooravond van ons 120-jarig bestaan is het goed ons te realiseren dat ook de KNV EHBO aan de volgende generatie zal worden overgedragen. Over vijf jaar zal een ander bestuur zijn aangetreden, zal een andere voorzitter een jaarrede uitspreken. Tenminste, …. dat hoop en wens ik.

Continue reading “Jaarrede 2013: Een toekomstbestendige KNV EHBO”

Jaarrede 2012: vrijwillige hulpverlening

Dames en heren,

Weet u nog hoe uzelf zoveel jaar geleden begonnen bent als vrijwilliger in de wereld van de EHBO? Ik heb het mij laatst proberen te herinneren, zowel mijn grootmoeder van de kant van mijn vader als voorzitter van de afdeling Wilnis, als mijn moeder als lid van een Rode Kruis kolonne waren actief in de eerste hulpverlening en zo rolde ik meer dan 25 jaar geleden deze wereld binnen. Voor vele anderen is het meemaken van een ongeval op het werk, onderweg of in de privésfeer de reden om een eerste hulpverlening diploma te halen. Na het halen van dat diploma actief worden bij evenementen of bestuurlijk binnen onze vereniging is vaak het gevolg van gewoon worden gevraagd.

In Nederland zijn ruim 5,5 miljoen vrijwilligers actief, zo’n 44 procent van alle volwassen Nederlanders. Daarmee staat Nederland internationaal aan de top. Het is niet precies te zeggen wat wel en wat geen vrijwilligerswerk is. De volgende criteria gelden in het algemeen voor het werk dat vrijwilligers doen:

  • Het werk is in het ‘algemeen belang’ of in een specifiek maatschappelijk belang
  • Het werk heeft geen winstoogmerk
  • Uw werk als vrijwilliger kost de arbeidsmarkt geen banen en komt niet in de plaats van een betaalde baan

Dit jaar wil ik stilstaan bij verschillende aspecten van vrijwilligerswerk. Welke plaats heeft vrijwilligerswerk in de maatschappij? Hoe zien vrijwilligers hun hobby? En specifiek over eerste hulpverlening door vrijwilligers: welk vangnet bieden vrijwilligers bij incidenten en welke plaatshebben wij als vrijwilligers in de hulpverleningsketen?

Vrijwilligers zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Zonder voorleesmoeders op school, mantelzorgers en vele anderen die actief zijn bij sport-, buurt- of cultuurverenigingen waren vele activiteiten van deze instellingen niet mogelijk. Toch hebben vanaf het begin van deze eeuw er wel veranderingen binnen en rondom het vrijwilligerswerk plaatsgevonden. Het komt steeds minder voor dat er mensen zijn die 40 jaar actief zijn binnen dezelfde vereniging. Met name jongere mensen willen flexibel vrijwilligerswerk doen. Men wil gedurende enkele jaren een specifiek project opzetten en dan weer eens wisselen. In plaats van permanent vrijwilliger te zijn, wil men“periodiek bijspringen ”.

Wij merken dat ook bij onze afdelingen, districten en landelijk. Doordat de overheid vrouwen, jongeren en gehandicapten, terecht laat daar geen misverstand over bestaan, stimuleert om te gaan studeren en / of te gaan werken, zijn er steeds minder mensen die ook de tijd hebben zich onbetaald in te zetten voor de samenleving. Voor tweeverdieners met kinderen is het balanceren tussen werk en quality time met de kinderen in de avonduren en weekenden al een enorme uitdaging. Dat terwijl diezelfde overheid door bezuinigingen meer en meer organisaties dwingt taken af te stoten en moet worden teruggevallen op vrijwilligers (denk aan mantelzorg).

Vrijwilligerswerk doe je in je meest kostbare tijd, je vrije tijd. Het moet dan ook een leuke vrijetijdsbesteding zijn. Voor ons als organisatie betekent dat bijvoorbeeld dat bijscholing niet alleen leerzaam maar ook een moment van sociale contacten moet zijn. Vrijwilligers verwachten dat alles goed is voorbereid, dat ze ondersteuning en training krijgen en dat het vrijwilligerswerk aantrekkelijk wordt gemaakt.

In het eerste nummer van het Hulpverleners Magazine heeft Toon van Wanrooy veel van zijn tips gedeeld over het werven en behouden van vrijwilligers. Op de vraag waarom veel leden de vereniging lang trouw blijven zegt hij:  “het gaat om hartelijkheid. Als een organisatie EHBO nodig heeft en ze vragen wat dat gaat kosten, dan benadrukte ik allereerst dat ze vooral goed voor onze hulpverleners moeten zorgen. Een kopje koffie, leuk, misschien een biertje aan het einde van de dag. En wij zorgen voor goede materialen als warme, opvallende kleding en een tas.”

Niet alleen mensen uit de praktijk als Toon hebben tips.  Er wordt ook onderzoek gedaan naar vrijwilligerswerk. Eva van Baren van de Erasmus universiteit Rotterdam publiceerde afgelopen januari resultaten van haar onderzoek. Zij concludeert: “Vrijwilligerswerk is nog steeds in; mensen zijn nog steeds ten volle bereid om zich in hun vrije tijd ergens voor in te zetten. Het blijkt dat als mensen rechtstreeks gevraagd worden, ze vaak best iets vrijwilligs willen doen. Je moet het ze alleen wel vragen.” Haar tips geef ik u graag mee.

Het bijzondere aan onze hobby is dat EHBO’ers vaak als eerste ter plaatse zijn bij incidenten. Van de gevallen fietser, een hartinfarct op straat tot grotere rampen zoals in Enschede of Volendam, een en andermaal is bewezen dat de eerste hulpverlening vaak plaatsvindt door vrijwilligers. De grote spreiding van kennis maakt hulpverlening adequaat, maar vraagt ook getrainde mensen die niet blijven staan maar iets doen. Onze ruim 40.000 leden worden, met hulp van docenten en Lotus, jaarlijks getraind om zelfs in de meest onverwachte situaties goede 1e hulp te verlenen. Door onze lessen, boeken en lesmaterialen zorgen wij dat onze leden hulp kunnen verlenen aan slachtoffers van 0 tot 120.

Bij grote landelijk bekende evenementen zoals de Elfstedentocht, een Pasar Malam en Carnaval zijn het KNV-ers die de eerste hulpposten bemannen. EHBO’ers zijn de eerste schakel in de hulpverleningsketen, die direct starten bij met name ademhalingsproblemen, circulatiestilstand of ernstige bloedingen, kortom de cruciale levensreddende eerstehulpverlening en daarna het slachtoffer in handen geeft van de beroepshulpverleners.

U hoort mij bewust de term beroepshulpverleners gebruiken. Vaak spreken wij over artsen, verpleegkundigen en ambulance personeel als professionals. Maar zijn wij niet zelf ook professional? Zoals Els Knaapen, oud-voorzitter van NODE, in haar jaarrede dit jaar verwoordde: “de hulp die door ons, leken, verleend wordt, is een zeer gespecialiseerde hulp. Plotseling worden we geconfronteerd met een noodgeval en dan moeten we handelen, niet gehinderd door enige medische (voor)kennis en vrijwel zonder hulpmiddelen helpen we slachtoffers door die 1e moeilijke minuten heen.” Wij leveren zeer gespecialiseerde hulp waar vanuit de medische professional soms (ten onrechte) op wordt neergekeken. Wij zijn de belangrijke eerste schakel in de keten.

Onze inzet komt onverwacht. Dat maakt dat de adrenaline door ons lichaam gaat en wij in staat van paraatheid beslissingen moeten nemen waarvan we de gevolgen op langere termijn niet helemaal of soms helemaal niet kunnen overzien. De enige manier ons hier op voor te bereiden is oefenen en oefenen en nog eens oefenen in de wetenschap dat de realiteit altijd anders zal zijn dan de beste oefening. De inzet van Lotus, die als geen ander realistische situaties kunnen nabootsen, bij de opleiding en de herhaling is daarom van belang. Morgen zijn onze nationale vaardigheid proeven, een leuke manier om het oefenen voor die onverwachte situaties vorm te geven. Toch zullen de winnaars van de afgelopen jaren u ongetwijfeld bevestigden dat, hoewel het competitie element extra adrenaline geeft, zelfs deze wedstrijden niet overeenstemmen met de rauwe werkelijkheid die een ernstig incident nu eenmaal is.

Na ons komt dus de beroepshulpverlener. Landelijk nemen wij als KNV EHBO deel aan diverse overleggen waarbij ook andere spelers in de keten betrokken zijn. Het is van belang op zowel afdelings-, district- en landelijk niveau goede contacten met hen te onderhouden. Van elkaar weten wat je doet en hoe je dat doet, maakt de hulpverlening aan het slachtoffer adequater. Het samen uitdragen van de “zes minuten” campagne is hier een sprekend voorbeeld van.

De overheid laat, zoals ik al eerder memoreerde, verschillende gezichten zien als het om vrijwilligerswerk gaat. Niet alleen stimuleert zij betaald werk en laat daardoor mensen minder ruimte voor het werken als vrijwilliger. Ook gebruiken, of misschien wel misbruiken, gemeenten de term vrijwilligerdoor mensen die werken om hun uitkering te behouden “vrijwilligers” te noemen. Mensen die betaald worden voor hun werkzaamheden of dat nou via salaris of een uitkering is, zijn geen vrijwilliger. Vrijwilligers werken onbezoldigd en ontvangen heel soms een onkostenvergoeding. Het is de essentiële en existentiële waarde van het vrijwilligerswerk dat ertoe doet. Vrijwilligerswerk kost vaak geld, maar heeft voor de maatschappij een niet in geld uit te drukken waarde van het werk dat de vrijwilliger uit vrije beweging en gemotiveerd, onverplicht en onbetaald doet.

Nog vervelender in de dagelijkse praktijk van onze afdelingen is dat gemeenten onze vrijwilligers lijken te gebruiken. Aan de ene kant wordt bij steeds meer evenementen de inzet geëist van hulpverleners, EHBO’ers of BHV-ers. Voor organisaties die vaak zelf op vrijwilligers draaien, zoals de organisatie van het jaarlijkse dorpsfeest, is het dan alleen mogelijk onze vrijwillige EHBO’ers in te zetten omdat voor beroepskrachten geen geld is. Natuurlijk doen wij dat graag. Een van onze statutaire doelstellingen is niet voor niets “het al dan niet in georganiseerd verband daadwerkelijk verlenen van eerste hulp”. Maar als aan de andere kant de subsidiekraan steeds meer dichtgaat – en dat is de praktijk – wordt het voor ons haast onmogelijk onze hulpverlening te blijven bieden. Respect en erkenning bieden voor onze waarde voor de maatschappij door bij te dragen in onze kosten is volgens mij niet teveelgevraagd van een gemeente. Nu dragen wij zelf de kosten van onze maatschappelijk zo zeer gewenste inzet en betrokkenheid.

Tot slot. Gelukkig is er nog veel positiefs te vertellen. Er zijn nog steeds veel mensen die vrijwilligerswerk doen, die bereid zijn eerste hulpverlening als hobby te kiezen en zo met kennis van zaken een vangnet bieden bij incidenten. Toch kan samenwerking met beroepskrachten en overheidsinstanties nog altijd beter. Het is niet makkelijk om in een steeds meer individualiserende samenleving als vrijwilliger een plek te hebben. Zelf hou ik me daarbij vast aan de wijze woorden van Aristoteles: “De mens is van nature een sociaal wezen en kan alleen in een polis-gemeenschap zijn volmaaktheid vinden”

 

 

Jaarrede 2011: Communicatie

Reageert u op een sms met een berichtje of belt u even? Mailt u een jarige, laat u een berichtje achter op Facebook of stuurt u een kaartje? Hoe verbaasd zouden de mensen in uw omgeving zijn als u opeens gaat twitteren? De manier waarop je communiceert, moet niet alleen passen bij het tijdsbeeld, maar ook bij wie je zelf bent. En bij wie je wilt bereiken. Als Bestuur zijn we ons daarvan bewust. Daarom is het ook dat uw Vereniging zich op verschillende manier presenteert, zowel intern als extern.

Continue reading “Jaarrede 2011: Communicatie”

Jaarrede 2010: E-learning, kans of bedreiging

De laatste ontwikkeling op het gebied van leren is de E-learning. Ook in de wereld van de EHBO heeft deze vorm van leren ook zijn intrede gedaan. Er zijn inmiddels twee organisaties die dit aanbieden, te weten “Iedereen EHBO” uit Rotterdam en “Het Oranje Kruis (HOK)” met “Mijn EHBO”. Het HOK heeft een overeenkomst getekend met het First-aid-college. Het idee is dat de cursist de theorie thuis doet en na het behalen van het theoriecertificaat kan men het praktijkgedeelte gaan doen. De praktijkdag, die daarna gevolgd dient te worden, gaat vooraf aan het examen. Tijdens het examen moeten de cursisten voldoende kennis tonen van de eindtermen van het HOK om voor het diploma in aanmerking te komen.

Continue reading “Jaarrede 2010: E-learning, kans of bedreiging”