Ik ben zeer vereerd dat ik gelijk als mijn eerste daad als bestuursvoorzitter van KNV EHBO de jaarrede mag houden. Een mooie kans ook om met u te delen wat mij de afgelopen periode, sinds ik weet dat ik voorgedragen zou worden, heeft beziggehouden. Hoe ik KNV EHBO zie, welke waarde wij naar mijn idee nog steeds aan de samenleving kunnen toevoegen en voor welke uitdagingen wij als vereniging staan.

Hierbij wil ik mijn dank uitspreken voor het werk dat onze voorgaande bestuursvoorzitter heeft gedaan voor onze vereniging. Door een tragisch fiets-ongeluk, waarbij hij helaas om het leven is gekomen, heeft hij zijn werk als bestuursvoorzitter niet kunnen afmaken.

Voordat ik van start ga wil ik graag eerst vertellen wie ik ben. Ik ben Peter Fransman, ben getrouwd met Maaike en heb 2 dochters van 5 en 8 jaar. Toen we ons 1e kind kregen was ik natuurlijk zeer blij, maar bedacht ook gelijk: help, wat moet ik gaan doen wanneer ze een ongeluk krijgen? Op zo’n moment zie je gelijk het belang van onze vereniging. Want dan denk je als nieuwe vader: ik moet toch maar weer mijn EHBO-cursus opfrissen, die ik 30 jaar geleden heb gevolgd.

Nu 30 jaar na mijn EHBO-cursus ben ik bestuursvoorzitter van de KNV EHBO. Toen ik werd benaderd voor de rol van bestuursvoorzitter was ik direct enthousiast. Wat trok mij nu zo in die rol bij onze vereniging?

  1. Ten eerste haar rijke verleden: Opgericht door vooraanstaande Amsterdammers, op de voet gevolgd door Rotterdammers trouwens, die zagen wat eerste hulp gedaan had voor soldaten in het veld. Artsen zagen dat kennis hebben van hulp verlenen levens kon redden en richtten overal afdelingen op. Vaak was in het begin de voorzitter van een afdeling een arts, notaris of burgemeester. Ook Prins Hendrik heeft een belangrijke rol Hij heeft mede gezorgd dat de vereniging voet aan de grond kreeg in Nederland. De KNV EHBO is later betrokken geweest bij het legaliseren van eerste hulp door leken en bij de oprichting  van Het Oranje Kruis. Bij gebeurtenissen waar grote aantallen mensen bijeenkomen zijn wij ook aanwezig geweest, zoals bij de Olympische spelen, de Elfstedentochten en bij Koninklijke uitvaarten. Vrijwilligers van onze vereniging waren er om hulp te verlenen. Maar vooral is de KNV EHBO een vereniging van, voor en door mensen zoals u en ik.
  2. Ten tweede is de KNV EHBO vanaf het begin de pionier op het gebied van EHBO en is dat na meer dan 125 jaar nog steeds.
  3. Tevens vind ik dat we als vereniging maatschappelijk een zeer relevante rol vervullen. Deze was in de aanvang groot en is nog steeds zeer groot. Ik verwacht dat door ontwikkelingen als het dichtslibben van de steden en wegen, de besparingen in de zorg en de ontvolking van het platteland, het belang van EHBO alleen maar gaat toenemen.
  4. Tenslotte zijn we met meer dan 26.000 leden een van de grootste vrijwilligersorganisaties in Nederland. Met vrijwilligers die bereid zijn hun medemens onbaatzuchtig te helpen bij een ongeluk.

We staan echter ook voor een aantal uitdagingen die ik graag met jullie wil gaan aanpakken:

  1. Het aantal leden daalt al een aantal jaren. Ik sprak laatst op een etentje over de KNV EHBO. Mijn tafelgenote zei direct dat zij een herhaalcursus EHBO weer zou willen volgen en dat ook haar kinderen van 16 en 18 een EHBO cursus zouden gaan volgen. Maar zei ze: “je vergeet dat dan weer omdat je niet, zoals in een krantenadvertentie, op EHBO-cursus aanbod wordt geattendeerd. Naast zichtbaarheid komt ook de vraag naar boven of we als vereniging wel voldoende bieden voor onze leden. Het Bestuur gaat zich dan ook inzetten om meer de toegevoegde waarde aan te tonen richting de leden in het land en naar de afdelingen.
  2. Daarnaast zien we dat de gemiddelde leeftijd van de leden toeneemt. Er vindt een veroudering van het ledenbestand plaats. Dit wordt voor een deel veroorzaakt doordat de gehele Nederlandse samenleving vergrijst. Maar zijn we wel voldoende aansprekend voor jongeren? Op basis van mijn ervaring zijn veel jongeren betrokken en bereid uit zich zelf een bijdrage te leveren aan de samenleving. Dus voor ons allen is het de uitdaging een vorm te vinden, om een manier te vinden, die jongeren aanspreekt en ze zo aan onze vereniging te binden. Ik wil graag met jullie, de leden, gaan onderzoeken hoe we dit kunnen aanpakken.
  3. We hebben relatief de meeste leden in de landelijke gebieden. Het is fijn dat relatief veel mensen in die gebieden lid zijn van onze vereniging. De uitdaging is te gaan kijken hoe we meer mensen geïnteresseerd kunnen krijgen voor onze vereniging in de meer druk bevolkte gebieden van Nederland.
  1. Bij een volwassen vereniging, zoals de KNV EHBO is, met haar rijke historie, past ook een financieel solide organisatie. En daar zijn we nog niet. Zo is een ingreep nodig bij de aan ons verbonden Stichtingen zoals de Stichting Dienstverlening EHBO. Daar gaan we als Bestuur de aankomende tijd prioriteit aan geven. De agenda’s hiervoor zijn al getrokken. Ook de vereniging zelf is armlastig. De gevraagde verhoging van de bijdrage is dan ook hard nodig om de financiële soliditeit van de vereniging te versterken en om de problemen van de Stichtingen op te lossen. Daarna kunnen we de dienstverlening richting de leden verder uitbreiden. Daarbij gaan we als Bestuur ook inzetten op externe fondsenwerving.
  2. De vanzelfsprekendheid dat EHBO wordt verbonden met onze vereniging is de afgelopen jaren verminderd. Wanneer het over EHBO gaat in media en ook in het veld kom ik het Rode Kruis veel tegen. Zo liep ik 2 weken geleden met mijn dochters over de kermis en zag een bordje met EHBO. Ik dacht leuk: mensen van onze vereniging. Tot mijn teleurstelling zag ik 2 dames van het Nederlandse Rode Kruis vervolgens rondlopen. Ook in de recente berichtgeving over EHBO voor scholieren of over AED weet het Rode Kruis de media te vinden. Ik weet dat het Nederlandse Rode Kruis jaren geleden haar organisatie heeft gemoderniseerd en dat ze een deel haar geld krijgt van de Nederlandse overheid.  Ondanks dat kunnen wij met elkaar weer zorgen dat EHBO en KNV EHBO weer in een adem wordt genoemd. Naar mijn idee zijn we net zo sterk als we ons zelf maken. Wij moeten de aankomende tijd gewoon slimmer zijn dan anderen. We moeten geloven in onze eigen kracht. We moeten ambitieus zijn en zorgen voor middelen om deze ambities waar te maken. En we moeten ons naar buiten toe meer profileren zodat we meer zichtbaar worden. Daarbij heb ik een ieder nodig om aansprekende onderwerpen aan te dragen die we aan de Nederlandse pers kunnen presenteren. Hoeveel levens hebben we bijvoorbeeld het afgelopen jaar met elkaar gered? Door welke omstandigheden hadden we er nog meer mensen kunnen helpen?
  3. We leven in een samenleving waarin grote veranderingen plaatsvinden. We kunnen slapen in een hotel, maar ook via AirBNB een kamer huren, we nemen geen taxi maar gaan met Uber rijden. Misschien heeft Uber over 10 jaar geen chauffeurs meer maar zijn er zelfrijdende Uber-auto’s. Wordt de dokter vervangen door de IBM computer Watson die op basis van de gegevens zelf de diagnose stelt? Wij moeten meegaan met de ontwikkelingen om betekenis als vereniging te houden en hierdoor toekomstbestendig te blijven. We doen dit al voor een belangrijk deel. Zo heeft een groep van afdelingen vanaf het eerste moment het Bestuur van kennis en kunde voorzien als het gaat om de Veldnorm Evenementenzorg. Vanaf de eerste vergadering hebben we zo de kennis en kunde uit het land kunnen inbrengen. Hierdoor ontstond een norm die werkbaar is, omdat ze steeds weer tegen de lat van onze eigen afdelingen is gehouden. Het was dan ook niet voor niets dat juist wij bij de presentatie van de Veldnorm aan de Minister aanwezig waren. Daarbij blijven we de Veldnorm continue verbeteren op basis van de informatie die de leden aanleveren. Dus we maken stappen. Naar mijn idee moeten we de actuele en aankomende maatschappelijke-, technologische- en ICT veranderingen en de betekenis hiervan voor ons werk in de aankomende tijd in kaart gaan brengen. Om dan vervolgens als vereniging te bepalen hoe we op deze ontwikkelingen gaan inspelen. Wederom: met meer dan 26.000 leden kan het niet anders dat jullie hierover ideeën hebben. We gaan als Bestuur dan ook nadenken hoe we kunnen organiseren dat wij deze ideeën van jullie verzameld krijgen zodat wij die kunnen gebruiken voor de bepaling van de toekomstige koers van onze vereniging.

Dit zijn de uitdagingen die ik zie. Het Bestuur gaat zich tot het uiterste inspannen om deze uitdagingen aan te pakken. Maar veel belangrijker is het dat we dit samen doen: Bestuur, districten, afdelingen en leden. Verenigd staan we sterk. Of zoals de Engelsen het zo kernachtig beschrijven: “United we stand, divided we fall”.

Ik heb het volste vertrouwen dat we met elkaar deze uitdagingen aankunnen. Zodat we niet alleen een rijk verleden hebben, maar ook een veelbelovende toekomst hebben.

Dank voor uw aandacht.